Etiquette en termen

Gedragsetiquette
De ingang van de dojo is niet alleen het naar binnen gaan, maar is het binnentreden van de (denkbeeldige) tempel van het “Bushido”.
Voor het naar binnentreden groet men eerst de chinden (trainingszaal/tempel).
Er wordt gegroet met de handen gestrekt en aangesloten langs de zijkanten van de bovenbenen, terwijl men vanuit het midden doorbuigt met het hoofd omlaag.

Dan vanuit fudo-dachi roep je luid “Oesh”, hetgeen betekent “ik groet u allen”. Daarna loopt men naar de Shihan en groet hem op dezelfde manier met de vuisten als bij fudo-dachi. Vervolgens loopt men naar de alle aanwezige Sempai’s en groet deze ook aan.

Seiza en groeten
Dan gaat iedereen, de hoogst gegradueerde leerling vooraan, direct zitten in Seiza(kniezit) op één lange rij in de lengte richting van de zaal.
Bij het sein “Seiza” (aan het begin van de les) gaat iedereen in kniezit zitten met het zitvlak op de hielen, vuisten in de liezen. Dit gebeurt op volgorde van graad met de leerling met de hoogste graad rechts vooraan.

De aanwezige Sempai verzorgt de openingsceremonie. Hij kijkt eerst naar achteren of iedereen in de juiste houding zit, waarna hij luid roept “mokuso” (ogen dicht) iedereen sluit dan de ogen en wacht op de uitroep “mokuso jame” (ogen open).

Daarna draait de Shihan zich om en zit nu recht tegenover de leerlingen, waarop de Sempai met de hoogste graad roept “Shihan-ni rei” waarop een ieder weer groet met de knokkels op de grond en een duidelijk “Oesh” laat horen.
Vervolgens draaien de sensei’s zich om en de Sempai roept : “Sempai-ni-rei” waarop een ieder wederom groet met de knokkels op de grond met een duidelijk “Oesh”.
Hierna blijft iedereen zitten, totdat de leraar zegt wat er moet gaan gebeuren.

Nomenclatuur
De leraar wordt nooit met naam of voornaam aangesproken, maar altijd met “Shihan”. De hoogst gegradueerde leerling wordt altijd met “Sensei” of “Sempai” aangesproken, afhankelijk van zijn graad.

Als een les is afgelopen laat een ieder de “Shihan” en “Sensei” of “Sempai” bij het verlaten van de dojo, indien hij dat wil, voorgaan. Vervolgens verlaat iedereen op bandhoogte de dojo.

Als men met een Shihan of sensei praat of iets vraagt staat men in fudo-dachi met de vuisten op de juiste manier. Evenzo als de Shihan of Sensei iets staat uit te leggen.

Met het oog op de saamhorigheid en verstaanbaarheid tussen alle leden is de voertaal in de dojo/kleedruimte Nederlands c.q. Japans.

Zorg altijd voor een schoon karategi (karatepak) en draagt alleen de band waar je recht op hebt.

Op de karategi mogen slechts twee emblemen worden gedragen n.l. op de linkerborst het Kyokushinkai-embleem en op de linkermouw het embleem van de dojo.

Overige regels

  • Het dragen van sieraden is streng verboden.
  • In de dojo heeft men respect voor iedereen daar aanwezig is.
  • Men verlaat de dojo nooit zonder toestemming van de aanwezige Shihan.
  • Men volgt altijd op wat de Shihan/Sensei/Sempai u opdraagt (in alle redelijkheid).
  • Men zorgt dat men een schoon lichaam heeft voordat men naar de dojo komt, altijd voeten wassen, thuis
    of in de wasbak bij de kleedkamer.
  • Men zorgt voor kort geknipte nagels aan handen en voeten en men heeft nooit snoep of eten in de mond.
  • Bij het te laat komen, om wat voor reden dan ook, gaat men na het binnen treden van de dojo in Szeeza zitten met het gezicht naar de muur en wacht totdat de Shihan het sein geeft om de les te gaan volgen.
  • Geef nooit in het openbaar kritiek op de Shihan, Sensei of Sempai tijdens het lesgeven, maar spreekt hem daar persoonlijk op aan na de les, wanneer u daar behoefte aan hebt.
  • Wanneer men Sensei en/of Sempai is, heeft men de taak om toezicht te houden binnen de dojo en de kleedkamer. Geef dus altijd het goede voorbeeld.
  • De aanwezige Sensei/Sempai draagt er zorg voor, dat niemand uit de groep zich op enige wijze negatief over de club of het kyokushin uitlaat. Indien nodig spreekt hij de persoon in kwestie daarop aan en corrigeert hem op zijn gedrag. Bij herhaling moet hij de Shihan inlichten.
  • Wees altijd beleefd, toon respect voor iedereen en geef het goede voorbeeld.

 

Enkele japanse termen

Het begin en einde van de les
Osu (oesh) Groet (o.a bij het betreden en verlaten van de dojo en om aan te geven dat je iets hebt begrepen/gehoord)
Seiza (seeza) Verzoek tot aannemen van zithouding
Mokuso (mokso) Begin van meditatie, ogen sluiten
Mokuso yame (mokso jamee) Einde meditatie, ogen openen
Sensei ni rei (sensee nie ree) Groet aan de leraar
Sempai ni rei (sempai nie ree) Groet aan de assistent
Otagai ni rei (oktagai nie ree) Groet aan de medeleerlingen
Kiritsu (kiritsu) Verzoek tot opstaan

Tellen 1 t/m 10
Ichi (ietsj)
Ni (nie)
San (san)
Shi (sjie)
Go (Eng. go)
Roku (rok)
Shichi (sjietsj)
Hachi (hatsj)
Ku (koe)
Ju (djzoe)

Diverse begrippen
Jodan Hoog, naar het hoofd
Chudan Midden, romp, ter hoogte van de plexus
Gedan Laag, naar het kruis
Shomen (heup) naar voren
Hanmi (heup) half weggedraaid
Mae ni Naar voren
Ushiro Naar achteren (achterwaarts)
Yoko e Zijwaarts
Hidari Links
Migi Rechts
Mawate Commando voor omdraaien, van richting veranderen
Hantai Wisselen van stand of houding (andere been voor)
Kamae Houding
Jiyu kamae Vrije gevechtshouding(welke een zekere gevechtsrealiteit uitdrukt)
Kamae te Commando om aangegeven stand aan te nemen (bijv. “hidari zenkutsu dachi, kamae te” : neem de linker naar voren leunende stand aan)
Yoi Wees gereed’, neem de beginstand aan, meestal hachi dachi (voeten parallel heupbreedte), vuisten gesloten, de vuisten iets voor het lichaam ter breedte van de voeten.
Hajime Beginnen
Yame Stop
Yasume Ontspannen, tevens afgroeten in musubi dachi

De termen en benamingen van de diverse standen, afweertechnieken, stoottechnieken, trap- en stamptechnieken zijn terug te vinden in het lesmateriaal wat te verkrijgen is via BKTT.